Geldern

Geldern (in het Nederlands: Gelder of Gelderen) is een stadje in Duitsland, in het district Kleef (Noordrijn-Westfalen). Geldern ligt aan de rivier de Niers, ongeveer twintig kilometer ten noordoosten van Venlo. Maar hemelsbreed is het maar zeven kilometer van de Nederlandse grens. Het is een vrij onbekend stadje, maar voor de Gelderse geschiedenis van groot belang. Hier stond tenslotte het stamslot van het hertogdom Gelre. Alleen door de loop van de geschiedenis is Geldern en ook de rest van het Gelderse Overkwartier van de rest van Gelre gescheiden, maar het heeft een Nederlandse en Nederlandstalige oorsprong. De historische betekenis voor de regio is dan ook veel groter geweest dan haar huidige geografische positie zou doen vermoeden. Het is altijd een klein stadje geweest, maar het heeft in de laatste drie eeuwen ook haar historisch en potentieel belang helemaal verloren. Tegenwoordig is het niet meer dan een kleine provincieplaats in de grensstreek. Het inwonertal ligt nu rond de 35.000.

 

Voorgeschiedenis.

De geschiedenis van Gelderen begint met de nederzetting Gelre.  De eerste vermelding van de plaatsnaam Gelre in een oorkonde is uit het jaar 812. De schrijfwijze vertoonde diverse varianten: Gelre, Gielra, Gellero, Gelera en dergelijke. De naamsvarianten met een ingevoegde  -d-  zijn jonger dan die van Gel(le)re. Gellere (997), Gellera (1104/1105), Geldren (1167) stond oorspronkelijk waarschijnlijk voor een verhoogd gelegen nederzetting aan het drassige riviertje de Niers. Gellera kan ook een afsnijding van de Niers geweest zijn.

De eerste Graaf van Gelre verscheen rond 1100 ten tonele. Aan de Niers werd een burcht gebouwd, waarnaast de stad Gelre ontstond. Over het ontstaan van de stad Geldern en het graafschap Gelre bestaat ook een sage die verhaalt van een draak die het gebied onveilig maakte. Deze draak werd verslagen door Wichart, de zoon van de graaf van Pont die in de 9e eeuw heerser was over het gebied. Wichart versloeg de draak die tijdens het gevecht telkens de kreet “Gelre!” “Gelre!” uitstootte. Als dank mocht Wichart een burcht bouwen op de plaats waar hij de draak had verslagen. Deze burcht gaf hij de naam Gelre, naar de kreet van de draak. Later zou rondom deze burcht het dorp Geldern zijn ontstaan en uiteindelijk het graafschap Gelre.

In de dertiende eeuw werd het dorp ommuurd en in 1229 kreeg het stadsrechten. Er kwamen vier stadspoorten, waarvan er een ten behoeve van het stadskasteel was, dat aan de noordwestkant van de stad lag. De graven en vanaf 1339 de hertogen van Gelre resideerden tot 1347 in hun kasteel bij de stad, dat de voornaamste was in het Gelderse Overkwartier. Alle huidige deelgemeenten van de stad, met uitzondering van Hertefeld, hoorden bij Opper-Gelre.

 

Graafschap Gelre.

Het graafschap Gelre ontstond in 1046 rond de plaats Gelre als eigendom van het geslacht der Flamenses van Wassenberg. In de volgende eeuwen wisten de Gelderse graven hun grondgebied aanzienlijk uit te breiden, vooral met de gebieden die vandaag de dag de provincie Gelderland vormen. Uiteindelijk wordt het gebied in 1339 verheven tot het hertogdom Gelre.

De oorsprong van de heerlijkheid ligt in drie plaatsen. Twee hiervan liggen bij de rivier de Niers, namelijk Geldern en Pont. Een derde, meer zuidelijk, is de stad Wassenberg aan de rivier de Roer. Hier ontving de eerste heer, Gerard van Antoing uit Henegouwen, in 1021 van keizer Hendrik II het land van Gelre.

Wassenberg was een allodiale residentie die de Flamenses, de rechte voorzaten van de graven van Gelre, rond 1020 van de keizer kregen toegewezen toen delen van de Mark Ename, waaruit zij afkomstig waren, waren veroverd door Boudewijn IV van Vlaanderen. Allodiaal is een eigendomsvorm die ligt tussen echt eigendom en erfpacht.

Gerard I van Wassenberg (genaamd Flamens, "de Vlaming") kreeg Wassenberg, zijn broer Rutger het graafschap Kleef, zegt de kroniek van Kloosterrade. Gerard was gehuwd met Bava, dochter van graaf Diederik van Hamaland.

Gerard I is vermoedelijk al kort na zijn komst naar de Rijnstreek overleden en opgevolgd door zijn zoon Gerard II van Wassenberg, hoewel volgens sommige genealogieën dit dezelfde persoon zou zijn.

Aan Wassenberg, gelegen in de Luikgouw, waren geen grafelijkheidsrechten verbonden, de oudste vermeldingen van een (of twee) Gerard(en) Flamens, uit 1033 en 1042-1046, gaan dan ook niet gepaard met de gravenrang. Gravenrechten vielen de Flamenses pas rond 1046 toe als gevolg van de rebellie van Godfried 'met de Baard' hertog van Neder-Lotharingen. Via zijn vader Gozelo I had Godfried 'met de Baard' namelijk de bezittingen van het graafschap Hamaland geërfd. Die waren in de familie gekomen door het huwelijk van Gozelo's oudere broer Godfried de Kinderloze, hertog van Neder-Lotharingen, met een waarschijnlijk oudere zuster van Bava, Addila van Hamaland, dochter van Diederik. Het huwelijk van Godfried en Adilla bleef echter kinderloos, waarop zijn ambten toevielen aan zijn broer Gozelo. De rebellie van 'de Baard' verschafte de Flamenses de kans om hun opvolgingsaanspraak van Hamaland (dit is heel ruim de Graafschap met Zutphen), die met Bava was binnengekomen, te verzilveren.

Zo werd Gerard Flamens II dus vermoedelijk in 1046 de eerste graaf uit het huis der Flamenses. Rond 1052 werd hij opgevolgd door Gerard III van Wassenberg. Deze overleed toen zijn oudste zoon, Gerard IV nog minderjarig was, zodat diens oom Diederik tijdelijk is ingesprongen. We kennen Diederik in 1076 als graaf op de Veluwe. In 1082 overleed hij in de kerker van Godfried van Bouillon. Gerard IV, die toen de graafschappen overnam, verlegde geleidelijk de Gelderse graaflijke verblijfplaats van Wassenberg, buiten hun ambtsgebied, naar Gelre, binnen hun ambtsgebied gelegen. Hij noemt zich nu eens 'Gerard van Wassenberg', dan weer 'Gerard van Gelre'. In 1096 werd hij genoemd als landgraaf. Dit betreft echter niet het Land van Gelre, daarover was Gerard voogd.

Het allodium Wassenberg werd in de 12e eeuw afgestoten aan de hertogen van Limburg via vererving aan dochter Judith, echtgenote van hertog Walram II van Limburg. In sommige bronnen wordt Wassenberg de bruidsschat van Judith genoemd. Haar huwelijk was in 1107.

De bouw van de nieuwe graaflijke verblijfsplaats in Gelre, dat toen slechts een klein dorp was, werd begonnen. Aan de Niers werd een burcht gebouwd, waaromheen de stad Gelre ontstond. In de dertiende eeuw werd deze ommuurd (stadsrechten in 1229). De graven en vanaf 1339 de hertogen van Gelre zetelden tot 1347 in de stad, die de voornaamste was in het Gelderse Overkwartier. Het grondgebied van het graafschap nam de naam van de hoofdstad over.

De eerste erkende graaf was dus graaf Gerard I van Gelre/Gerard IV van Wassenberg (1060-1129). Diens zoon, Gerard II (1090-1131) huwde met Ermgard, dochter van graaf Otto II van Zutphen, en verwierf zo het graafschap Zutphen. Zoon Hendrik I van Gelre (1117-1182) was de eerste graaf van Gelre en Zutphen. Diens zoon Otto I van Gelre (1150-1207) nam deel aan de derde kruistocht. Geleidelijk breidde het Gelders gebied zich uit en in 1248 verwierf graaf Otto II wegens zijn hulp aan Rooms-Koning Willem II de rijksstad Nijmegen. Reinoud I trouwde in 1276 met Irmgard van Limburg, en werd samen met haar hertog over Limburg in 1278, toen Irmgards vader Walram hertrouwde. Toen Irmgard overleed in 1283 kwam Limburg volledig in Gelderse handen. Bovendien had Reinoud I in 1279 het graafschap Kessel, de heerlijkheidsrechten over de linker Maasoever en Mönchengladbach aangekocht.

Aan de Gelderse gebiedsuitbreiding kwam ten slotte een einde met de Slag bij Woeringen in 1288; de eindslag van de Limburgse Successieoorlog die na Irmgards overlijden was ontstaan. Limburg ging verloren aan het hertogdom Brabant. Het graafschap Gelre wordt van 1288 tot 1293 aan de graven van Vlaanderen verpacht (Reinoud I had zich door zijn huwelijk met Margaretha van Vlaanderen in 1286 reeds aan dit graafschap verbonden). De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragen aan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur.

Reinoud II huwde Eleonora de dochter van Eduard II van Engeland. Door diens bemiddeling werd Gelre in 1339 door keizer Lodewijk de Beier tot hertogdom verheven.

 

Hertogdom Gelre.

Het historische hertogdom omvatte in het huidige Nederland; Gelderland en Noord-Limburg. Het strekte zich zich ook uit over een klein stukje Noordrijn, met hierin o.a. de steden Gelder en Viersen aan de rivier Niers.

Gelre was verdeeld in vier kwartieren, samen vormden zij de Staten van de Kwartieren:

1. Opper-Gelre, ook wel "Kwartier van Roermond" of (naar het Duitse Oberquartier) "Overkwartier" genoemd: de steden Gelder, Roermond en Venlo

2. Kwartier van Nijmegen: tussen de grote rivieren

3. Kwartier van Veluwe (ook wel: van Arnhem)

4. Kwartier van Zutphen (het graafschap Zutphen)

 

In de middeleeuwen was Gelre een zelfstandig en belangrijk hertogdom. Deze zelfstandigheid eindigde definitief in 1543. De noordelijke kwartieren (Neder-Gelre) aan de ene kant en het zuidelijke Opper-Gelre aan de andere kant vormden geografisch geen aaneengesloten geheel.

Opper-Gelre was de bakermat van het hertogdom. Het omvatte het noordelijk deel van de huidige Nederlandse provincie Limburg, inclusief Venlo, Venray en Roermond, en het aangrenzende gebied in Duitsland rond het stadje Geldern of in het Nederlands Gelre (Gelder, Gelderen). Aan dit stadje hebben het hertogdom Gelre en het latere Gelderland hun naam te danken. Ook het zuidelijke deel van de Duitse Kreis Kleef behoorde erbij, net als delen van Brabant, zoals Geldrop. De laatste drie kwartieren, samen Neder-Gelre, waren gelegen in de huidige provincie Gelderland.

Het hertogdom Kleef vormde een wig tussen de noordelijke en de zuidelijke gebiedsdelen. Het noordelijke deel van het hertogdom Gelre en het daarmee verbonden Graafschap Zutphen vormt samen tegenwoordig de provincie Gelderland. Kleef en Emmerich behoorden daar oorspronkelijk ook nog bij. Ook politiek gingen beide gewesten een gescheiden weg. Tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vormde het noordelijke deel een van de zeven gewesten. Opper-Gelre was daarentegen deel van de Zuidelijke Nederlanden.

 

Huis Gelre  1339 - 1371

Nadat Gelre een hertogdom was geworden, ontbrandde onder Reinald III de strijd tussen de Heeckerens, gesteund door Reinald, en de Bronckhorsten, gesteund door Reinalds broer Eduard. Bij de slag van 1361 wordt Reinald gevangengenomen en Eduard wordt hertog. Tien jaar later wordt Eduard vermoord, en wordt Reinald hersteld, maar deze sterft nog in hetzelfde jaar. Daarmee is het Huis Gelre uitgestorven

Huis Gulik  1383 - 1423

Reinalds dochter Maria was getrouwd met de hertog van Gulik. Toen hertog Reinald III in 1371 stierf zonder mannelijke erfgenaam, volgde de Eerste Gelderse Successieoorlog. Deze leidde er in 1383 toe dat Maria's zoon Willem III van Gulik hertog werd. Vanaf 1393 was hij tevens hertog van Gulik. In 1402 stierf hij kinderloos en kwam Gelre in handen van zijn broer Reinald IV. Nadat ook deze kinderloos was gestorven in 1423, werden Gelre en Gulik weer gescheiden.

Huis Egmond  1423 - 1473

Edelen en steden erkenden een achterneef van Reinald, Arnold van Egmond als opvolger (1423-1465). Deze raakte verwikkeld in een strijd met zijn zoon Adolf. Hij werd op zijn slot in Grave overrompeld en in Buren gevangengezet. Adolf nam het bewind over.

Bourgondisch  1473 - 1493

In 1473 kwam Gelre in handen van de Bourgondische hertog Karel de Stoute. Nadat deze in 1477 was overleden werd hij opgevolgd door zijn enige dochter Maria van Bourgondië. Zij huwde in hetzelfde jaar met Maximiliaan I van Oostenrijk. Hun zoon Filips de Schone kreeg in 1482 Gelre in handen.

Weer zelfstandig

Tegen deze 'buitenlandse' overheersing bleef verzet bestaan en in 1493 werd Gelre weer zelfstandig. Onder Karel van Gelre verzette het hertogdom zich succesvol tegen de Habsburgse hegemonie in de Nederlanden.

Gelderse oorlogen

In 1502 raakte Gelre opnieuw verzeild in een conflict met het Hertogdom Bourgondië (dat later Habsburgs werd). Karel van Gelre slaagde er bijna in een rijk te stichten in de oostelijke helft van het huidige Nederland, maar de Bourgondische legers verhinderden dit en onderwierpen stukje bij beetje het Gelderse rijk in opbouw.

Weer Guliks

Na het overlijden van Karel van Gelre werd hertog Willem van Kleef en Gulik tevens hertog van Gelre. Ook hij verzette zich tegen de Habsburgse heerser Karel V, maar moest bij het Traktaat van Venlo in 1543 Gelre afstaan aan Karel V.

Habsburgs

Vanaf dat moment maakte Gelre deel uit van de Habsburgse Nederlanden.

 

Splitsingen

 

Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog werd Gelre gesplitst. De drie noordelijke kwartieren namen deel aan de Unie van Utrecht (1579) en gingen later als Gelderland deel uitmaken van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Het Overkwartier of Opper-Gelre bleef in Spaanse handen maar na de Vrede van Utrecht in 1713 werd ook dit gebied verder gesplitst.

 

Het stadswapen van Geldern, waarvan de basis (de leeuw) terugkeert in het wapen van de Nederlandse provincie Gelderland en Limburg. Ook de mispels of rozen van het oude Gelderse wapen staan hier weer in.

1131 - 1179

Voor 1190

1190 - 1236

1236 - 1339

1339 - 1377

Volgens het wapenboek Huldenberg (15e eeuw)

omstreeks 1543

1543-1799 (met Gulik)

en eigenlijk nog steeds.

Een heraut die een tabberd van het schild draagt.