helmteken
wrong
helm
dek- of helmkleed
schild
Hieronder het wapen van Nederland bijna volledig zoals hierboven beschreven is.
Een schild met kroon, schilddragers, wapenspreuk en een hermelijnen mantel als paviljoen met een kroon in top.
Het wapenschild.

Op het strijdveld was het van belang,
dat men elkaar van ver goed kon
onderscheiden. Dat verklaart de sterk
sprekende kleuren die op wapens gebruikt werden. In principe wordt er gebruik gemaakt van 4 hoofdkleuren en 2 metalen. Daarnaast zijn er nog 5 oneigenlijke kleuren en de bontjes. Vroeger werden de schilden wel met bont overtrokken, waarvoor de vacht van hermelijn en petit-gris eekhoorn werd gebruikt.
De vier hoofdkleuren zijn rood, blauw, zwart en groen die in de heraldiek met respectievelijk de namen keel, lazuur, sabel en sinopel worden aangeduid. De metalen zijn goud en zilver die worden weergegeven als geel en wit. De oneigenlijke kleuren zijn purper, oranje, bruin, vleeskleur en de natuurlijke kleur. De bontjes zijn dan hermelijn en vair in diverse varieteiten.
Het gebruik van de kleuren is aan regels gebonden. Zo worden kleuren naast elkaar gezet, maar niet op elkaar en metalen worden evenmin op elkaar gebruikt. Dus geen gouden leeuw op een zilveren veld of een rode roos op een blauw veld.
Vroeger was het wat lastiger om kleuren afbeeldingen te maken. De wapens moesten dus beschreven worden en de kleuren werden door middel van grafische aanduidingen weergegeven. Dit beschrijven en aangeven wordt “blazoeneren” genoemd. Dit blazoeneren moet duidelijk, precies en gemakkelijk weergeven wat bedoeld wordt. De oudste wapenkaart waar op de nu nog gebruikte arceringen staan stamt uit 1599 van de Brabantse Jean Baptist Zangrius. Hij maakte deze kaart ter gelegenheid van de inhuldiging van de aartshertog Albertus van Oostenrijk en Isabella, dochter van Philips II in Brussel.
Overigens was zo’n kaart een waar meesterwerk waarmee men de diverse genodigde edelen kon herkennen.
Hoofdkleuren                                                                                Metalen   
 rood =                           blauw =                          zwart =                         groen =                          geel =                           wit =
             keel                                  lazuur                            sabel                             sinopel                        goud                           zilver
De kleur rood wordt optisch gearceerd door vertikale strepen

De kleur blauw wordt optisch gearceerd door horizontale strepen.

Het zwart wordt optisch gearceerd door gekruisde horizontale en verticale strepen of effen zwart.

Het groen wordt optisch gearceerd door schuine strepen van linksboven naar rechtsbeneden. Heraldisch van rechtsboven naar linksonder: rechterschuinlijnen.

Het metaal goud wordt optisch gearceerd door punten.

Het metaal zilver geen arcering.
Oneigenlijke kleuren
    purper                                oranje                                 bruin                                     vleeskleur                           natuurlijke kleur

De kleur purper wordt optisch gearceerd door schuine strepen van rechtsboven naar linksbeneden. Heraldisch van linksboven naar rechtsonder: linkerschuinlijnen

De kleur oranje wordt optisch gearceerd door vertikale strepen onderbroken door punten.
Heraldisch
verticale strepen (voor rood), tezamen met puntjes (voor goud)

De kleur bruin wordt optisch gearceerd door vertikale strepen met schuine strepen van linksboven naar rechtsbeneden.
Heraldisch
verticale strepen (voor rood) tezamen met schuinsrechtse strepen (voor groen)

De vleeskleur wordt optisch gearceerd door verticale regelmatig onderbroken strepen.

De natuurlijke kleur wordt optisch gearceerd door trapvormige schuine strepen van linksboven naar rechtsbeneden.
Heraldisch trapvormige schuinrechtse strepen.
Pelswerk
Hermelijn, voor pelswerk dat bestaat uit een zilver veld bezet met kruisvormige stukjes zwart bont (de zogenoemde hermelijnstaartjes) in een willekeurig aantal.
Zijn het er weinig dan dient men het aantal op te geven, daar zij als afzonderlijk wapenfiguur worden beschouwd.







Tegenhermelijn, voor pelswerk dat bestaat uit een zwart veld bezet met kruisvormige stukjes zilver bont (de zogenoemde hermelijnstaartjes) in een willekeurig aantal.








Vair, voor bontwerk dat bestaat uit stukjes hermelijn en petit-gris, afgebeeld als zilveren en blauwe klokjes. De blauwe klokjes staan met de top naar boven; de zilveren met de top naar beneden.
De grootte en aantal bepalen of het vair, kleinvair, grootvair genoemd wordt.








Omgekeerd vair, alle blauwe klokjes staan met de voet naar boven










Tegenvair, de klokjes van gelijke kleur raken elkaar aan de voet.









Paalvair, alle klokjes van dezelfde kleur staan roodrecht boven elkaar.